Algemeen • Brouwproces
Het brouwproces van De Koninck
Om te kunnen brouwen hebben we vier basisgrondstoffen nodig: gerst, water, hop en gist.
De fabricatie van De Koninck verloopt in 6 fasen:
![]() |
A. De oude mouterijDeze activiteit vond vroeger plaats in het gebouw waarin zich nu de receptie bevindt. |
![]() |
B. De oude maalderijHet mout wordt daarna
gemalen in de walsen- of schrootmolen: de gemoute gerstkorrel wordt
geplet zodat het meel vrijkomt zonder dat het kaf verbrijzeld wordt.
Dit is belangrijk omdat het kaf in een latere fase een filtrerende rol
vervult. |
![]() |
C. De oude brouwerij (in gebruik tot 1995)Het
gemalen mout wordt in een beslagkuip gemengd met zuiver water. Door
gecontroleerde temperatuurstappen worden de enzymen, gevormd tijdens
het mouten, terug geactiveerd en wordt het zetmeel omgezet in
vergistbare suikers. Als het beslag klaar is, pompt men het over naar
de filterkuip. Deze scheidt de suikerrijke vloeistof, wort genoemd, van
de draf. |
![]() |
D. De gistingIn het afgekoelde wort moet de gisting nu aangezet worden met een reincultuurgist. Hier onderscheidt men twee fases : |
![]() |
E. De bierfiltratieNa de gisting wordt het
bier gekoeld en gelagerd (= diepgekoeld) tot onder 0°C. Tijdens het
lageren rijpt en stabiliseert het bier. Daarna wordt het bier helder
gefilterd door gebruik van een kiezelgührfilter. Om geen risico’s te
lopen op hygiënisch vlak krijgt het bier daarna een extra
steriliteits–behandeling door het over een platenfilter te sturen. |
![]() |
F. De afvullingDe Koninck is nu klaar om in flessen gebotteld of vaten afgevuld te worden. |
Brouwen bij De Koninck nu
Sedert 1995 beschikt Brouwerij De Koninck over een gloednieuwe en ultramoderne brouwzaal. Bij het bouwen van de brouwzaal hield men rekening met de strengere milieureglementering (waterzuivering), de samenleving met de buurt (elektrische pompen, opvang van dampen, trillingvrije machines...) en de verhoogde hygiënenormen (gesloten circuit). Uiteraard verliest men tijdens het brouwproces het artisanale karakter en de werking met 100 % natuurlijke ingrediënten niet uit het oog.
Het mouten van het gerst gebeurt niet meer in de brouwerij maar in een gespecialiseerde mouterij. Het aangekocht mout wordt nog steeds in de brouwerij gemalen met behulp van een hamermolen (in de vorm van meel vergelijkbaar met broodmeel)
Het moutmeel wordt in een beslagtank gemengd met zuiver water (zoals vroeger) Als het beslag klaar is wordt het overgepompt naar de Meura-filter die het wort uit het beslag perst (verschil met filterkuip vroeger). Het rendement is hierdoor hoger en beter.
Hierna vloeit alles naar de kookketel (hetzelfde als vroeger) met dit verschil dat na het koken de scheiding tussen wort en hopdraf gebeurt in een decantatietank (vroeger hopzift)
Op het einde van het koken meet men de dichtheid van het wort : dit is de hoeveelheid suiker per 100 gram wort. Als er meer mout in het beslag zit, vermeerdert het suikergehalte en zal hier bier zwaarder zijn.
Het gistingsproces zelf blijft ongewijzigd maar het gebruikte materiaal verschilt. Er wordt nu gewerkt met CCT tanks (cilindroconische gistingstanks). Dit is een combinatie van gist- en lagertanks. Door koeling wordt gist geïnactiveerd, zakt naar beneden en wordt de gist op een eenvoudige en steriele wijze afgepurgeerd.
Bierfiltratie, opslag en afvulling verlopen bijna identiek.





